over koffie enzo...

 


image

(gewoon even wat gevonden hier en daar, hieronder uit 2008)

Is het gek dat het publiek zolangzamerhand niets meer gelooft van al die mooie beloften en goede producten? Gezond, duurzaam, diervriendelijk, fair trade en zelfs bio. Alles komt wel een keer precies omgekeerd in het nieuws.

Er zijn natuurlijk goeden onder de 'kwaden', maar hoe moet je ze uit elkaar houden?

Een meerderheid van de boeren in de Derde Wereldlanden is slechter af door Fairtrade. Slechts een klein aantal boeren kan voldoen aan de Fairtrade-eisen en krijgen daarvoor een hogere prijs uitbetaald. Daarbij komt slechts 10% van het geld dat de consument betaald voor de Fairtrade-producten daadwerkelijk bij de boeren terecht. Dit zijn enkele conclusies die de Britse denktank Adam Smith Institute heeft getrokken in het rapport Unfair Trade.
Volgens het Adam Smith Institute geeft Fairtrade veel boeren in de armere landen geen kans op economische ontwikkeling. "Het houdt de armen op de plaats waar ze zijn, laat boeren die niet kunnen concurreren voortbe­staan en houdt diversificatie, me­chanisatie of het hoger opschui­ven in de productketen tegen. Hierdoor ontzegt Fairtrade de volgende generaties een kans op een beter leven." Daarnaast bevordert Fairtrade de kans op corruptie en hebben arbeiders minder kans om een vaste baan te krijgen bij de boeren.

Volgens de opstellers van het rapport is het bevorderen van de vrije markt de beste manier om boeren uit ontwikkelingslanden uit hun armoedesituatie te halen. Fairtrade is een weinig effectieve vorm van liefdadigheid en het is beter om via algemene goede doelen de economische ontwikkeling in de Derde wereld te steunen.


Het rapport is aan de link van Adam Smith Institute gekoppeld.

bron: Adams Smith Institute
met dank aan foodholland

 


 

 

DE OMBUDSMAN

Is fairtrade echt nodig?

05/03/2014 om 03:02 door Tom Naegels

 

‘Fairtrade helpt koffieboeren nauwelijks’, titelde de krant (13 februari). Niet leuk als je fairtrade-koffie verkoopt. Dus stond Max Havelaar aan mijn deur.

Nu ging het om een verslag van een wetenschappelijke studie. Klaar, denkt u nu: als wetenschappers het hebben bestudeerd, wie zijn wij om dat tegen te spreken? Ervaring leert evenwel dat voor elke studie die zegt dat een populair product niet doet wat het zegt te doen, er voorstanders opduiken die zeggen dat andere studies andere resultaten opleveren, dat de methodologie niet deugde, en dat die nietsnutten van journalisten er weer enkel de lekkerste brokjes uit hebben gehaald. En aan het eind van die keten staan er mensen die, met het comfort van de terugblik, schuddebollen dat de media te traag zijn geweest in het uitdragen van de groeiende wetenschappelijke consensus, omdat ze het te druk hadden met het aan het woord laten van dissidente stemmen. Wat het allerhelderste bergbeekje leek, wordt dus drijfzand.

Hoe pakken we dat aan? Mijn eerste bekommernis was: heeft het artikel de studie correct weergegeven? De Radboud universiteit van Nijmegen heeft tussen 2008 en 2013 veldonderzoek gedaan bij koffieboeren in Kenia, Oeganda en Ethiopië. Daaruit bleek dat de positieve effecten van een fairtrade-certificering eerder gering waren: het inkomen van de boeren steeg nauwelijks, de positie van vrouwen werd niet versterkt, en het aanvankelijke verschil met boeren die níet met het certificaat werken, daalde snel, omdat die leerden van hun buren. Positief is wel dat boeren een betere kennis krijgen van landbouwmethodes.

Dat is inderdaad wat er in de studie staat. Na het lezen ervan, onthou ik dezelfde grote lijnen. Ik heb het artikel uit De Standaard gestuurd aan Ruerd Ruben, hoogleraar ontwikkelingsstudies en co-auteur, en die beaamt dat het artikel de bevindingen van hem en zijn collega’s correct weergeeft.

Tweede vraag dan: deugt de studie? Max Havelaar betwist de bevindingen zelf niet, maar voert aan dat de ze niet representatief zijn. ‘In Kenia stijgt het inkomen van de boeren inderdaad niet, maar dat komt omdat slechts 6 procent van de oogst verkocht wordt als fairtrade’, zegt woordvoerder Karlien Wouters. ‘Wereldwijd exporteren onze koffie-coöperaties gemiddeld 46 procent van hun oogst onder fairtrade-voorwaarden.’

Chef economie Ruben Mooijman, die het artikel schreef, lijkt dat naast de kwestie. ‘De studie gaat alleen over Oost-Afrika en pretendeert niet iets te zeggen over andere regio’s.’ Dat staat inderdaad helder in de inleiding en in de tekst, maar de grote titel is ‘Fairtrade helpt koffieboeren nauwelijks’, en zelfs al had daar ‘Oost-Afrikaanse koffieboeren’ gestaan, dan nog lijkt het redelijk dat lezers zullen veralgemenen naar fairtrade als dusdanig. Als Oost-Afrika inderdaad de uitzondering is, dan had dat in het stuk moeten staan.

Maar is het een uitzondering? ‘In Centraal-Amerika, waar de afzetmarkt groter is, werd hetzelfde waargenomen’, zegt Ruben, en hij stuurt me een studie die dat inderdaad beweert (alle geciteerde studies zet ik online). ‘Het basisprobleem is overcertificatie. Het aanbod is groter dan de vraag. Waardoor slechts een deel van de oogst onder fairtrade-voorwaarden kan worden verkocht, waardoor het effect op het totale loon van de boer verwaarloosbaar wordt.’

Verrassend genoeg, of ook niet, betwist Max Havelaar niet dat dat inderdaad het fundamentele probleem is. Boeren raken hun koffie niet kwijt, en verkopen hem dan maar tegen gewone prijzen. ‘Zeker voor koffie en cacao is de situatie momenteel dramatisch’, zegt Lily Deforce, directeur van Max Havelaar België. Alleen maakten ze zich zorgen over de conclusie die consumenten en afnemers zouden kunnen trekken: dat het niet de moeite loont om fairtrade-producten te kopen. ‘We moeten de markt net vergroten. Als grote spelers met ons meedoen, dan kunnen we wegen, en dan kunnen we die volumes koffie wél ontsluiten.’

Nu hoeft een krant niet wakker te liggen van commerciële schade die haar berichtgeving kan veroorzaken. Deze studie, uitgevoerd door een geloofwaardige instelling, is opvallend, belangrijk en relevant. De redacteur heeft ze ook correct en evenwichtig weergegeven. Maar omdat je redelijkerwijs kan veronderstellen dat de reactie die Max Havelaar vreest – ‘heeft het wel zin dat ik meer betaal voor iets wat toch geen effect heeft?’ – ook reëel voorkomt, had ik wel interesse gehad in een extra paragraaf, of een opvolgingsstuk over de mogelijke politieke en maatschappelijke impact van de bevindingen. Hééft het nog zin om fairtrade-koffie te kopen? Hoe kunnen we koffieboeren het beste steunen?

Max Havelaar betreurt dat het geen weerwoord heeft gekregen in het artikel (daarin wordt wel de Nederlandse ngo Solidaridad aan het woord gelaten, die evenwel op gespannen voet leeft met Max Havelaar, maar daarvan was Ruben Mooijman niet op de hoogte). Er is nog een reactie gestuurd naar opinie, maar daar oordeelde men dat die te weinig concreet was, te zeer bleef hangen bij ‘fairtrade is écht nodig’. Ik deel die beoordeling: het was vaag. Maar een verdediging van fairtrade had ik toch graag ook gelezen. In lijn met mijn ideaal van de coherente krant, die verhalen niet alleen aanvat maar ze ook volhoudt, met elkaar in verband brengt, en uiteindelijk tot een breder inzicht komt, hoop ik hier meer over te lezen.

De volledige studie van het CIDIN (2014) over de koffieboeren in Kenia, Oeganda en Ethiopië vindt u hier.

Hoogleraar ontwikkelingsstudies Ruerd Ruben publiceerde in 2008 al een impactstudie (toen over boeren in Peru, Costa Rica en Ghana), die iets positiever uitviel. U leest ze hier.

De bijkomende studie die Ruben me doorstuurde, over overcertificatie in Centraal Amerika (2010), vindt u hier.

En Max Havelaar verwees me naar een studie uit 2012 die wél een positieve impact meet. Die leest u hier.